U bent hier

Sliprisico’s en PBM

Welke eisen worden gesteld aan de antislip eigenschappen van veiligheidsschoeisel?
Uit onderzoek van de HSE (Engelse Arbeidsinspectie) blijkt dat in Engeland1 op de 3 ongevallen veroorzaakt wordt door uitglijden en struikelen. Dit leidt in 1 op de 5 gevallen tot meer dan 3 dagen verzuim. Dit kost het bedrijfsleven  in Engeland meer dan 600 miljoen Euro  per jaar door productieverlies en overige kosten (bron: Health and Safety Executive). Ook in Nederland hebben veruit de meeste ongevallen in de chemische industrie te maken met uitglijden, struikelen, verstappen en vallen. 

Om deze ongevallen te voorkomen moet aandacht worden besteed aan zowel vloer als schoeisel.

Risico’s voor uitglijden kunnen worden veroorzaakt door:
• Vervuiling van de vloer (olie, chemicaliën, water, fijnstof, etc.)
• Te glad oppervlakte van de vloer (onvoldoende slipweerstand/wrijvingscoëfficiënt vloer )
• Klimaatomstandigheden zoals koude, vorst, regen.
• Verkeerd schoeisel met (te) gladde zool.
• Onveilige werkmethode, bijvoorbeeld tijdens reinigen van vloer met schoonmaakmiddelen.
• Lekkage op vloer tijdens productieproces.

Een werkvloer moet vrij zijn van oneffenheden, gevaarlijke hellingen en zoveel mogelijk vast, stabiel en stroef te zijn (Arbobesluit 3.11). Daarbij moet de werkvloer ten behoeve van de hygiëne zoveel mogelijk kunnen worden schoongemaakt en onderhouden. Maatregelen om sliprisico’s van vloeren te beperken zijn:
• In de ontwerpfase een vloer te kiezen met voldoende slipweerstand (hoog wrijvingscoëfficiënt)
• Aanbrengen van een antisliplaag op de vloer.
• Plaatsen van waarschuwingsborden bij uitvoerende (schoonmaak) werkzaamheden en in situaties waarbij de vloer vervuild is.
• Dragen van veiligheidsschoeisel met antislipzool.

Veiligheidsschoeisel wordt standaard onderworpen aan een antisliptest. De eisen voor de antislip eigenschappen van veiligheidsschoeisel staan omschreven in de norm NEN-EN-ISO 20345. Eisen voor de sliptest worden beschreven in de EN-ISO 13287.  De slipweerstand wordt hierbij beoordeeld op basis van drie categorieën, namelijk SRA, SRB en SRC. De test bestaat hierbij uit het bepalen van de wrijvingscoëfficiënt tussen twee vlakken van zowel de vlakke zool als van de hak / hiel onder een hoek van 7°. De fabrikant moet door middel van markering en in de gebruiksaanwijzing aangeven aan welke classificatie SRA, SRB of SRC de schoen voldoet.

Belangrijk is in de praktijk dat bij de keuze van veiligheidsschoeisel de antislipeigenschappen van zowel de vloer als het schoeisel op elkaar zijn afgestemd. Een te stroeve vloer in combinatie met een SRC geclassificeerde schoen kan tijdens het lopen juist weer te veel weerstand geven tijdens de uitvoerende werkzaamheden. De meest praktische oplossing is de praktijktest waarbij diverse typen veiligheidsschoeisel onder verschillende omstandigheden worden uitgeprobeerd door medewerkers die er zelf dagelijks mee werken. Door deze eindgebruikers te betrekken maakt de organisatie de beste keus en motiveert men het  gebruik van veiligheidsschoeisel.

Jos Putman, Hoger Veiligheidskundige, Intersafe Groeneveld BV, email: j.putman@intersafe.eu